Ingezonden krent: Zwanger

(geschreven door Schrijfwaar)

Het brandende gevoel van de Cola, die zich net een weg had gebaand door mijn neusholtes, nam mijn verbijstering niet weg. “Hoe bedoel je zwanger?” Zwangerschappen waren voor burgerlijke stelletjes en onbezonnen tieners. Ons overkomt dat niet. We hebben beiden gestudeerd. Biologie nota bene. Was dit een truc? Een test? Ik heb mezelf nooit als vader-materiaal beschouwd.

Medereiziger

Ik reisde elke dag met de trein van Leiden naar Waddinxveen en weer terug, en ik was niet de enige. Er was de jonge vrouw met rood haar en vouwfiets die Engels sprak in haar mobiele telefoon, en de bars kijkende oudere man die op het station altijd een sigaretje rookte en in de trein zijn krant las en veelvuldig zijn keel schraapte. We legden elke dag dezelfde reis af, maar we kenden elkaar niet. Een gesprek aanknopen met een medereiziger, dat doe je niet zomaar.

McWithy

“Ah, u bent er allemaal. Het is hier begonnen, dus het leek mij toepasselijk dat het hier ook zou eindigen.”

McWithy zette zijn grimmigste blik op en keek de klassiek ingerichte salon rond. De ontknoping was zijn favoriete onderdeel. Het maakte een gevoel voor theater in hem wakker.

“Het was hier dat Sir Atherton vorige week op brute wijze werd vermoord. Neergeslagen met het massief marmeren beeld dat hij ironisch genoeg net zelf had geërfd van zijn eveneens vermoorde oom Eggleston.”

Poezie

In de tas
In de tas

Je bent geen kitten meer,
je bent nu halfwas

In de tas
In de tas

Je jaagt graag propjes op,
dan ben je in je sas

In de tas
In de tas

Je hebt een dikke vacht
en draagt dus nooit een jas

In de tas
In de tas

Jij eet liefst brokjes maar
een koe eet doorgaans gras

(ofwel op gedragen toon te declameren, of luidkeels te zingen op de melodie van het refrein van Rubberen Robbie - In de goot)

Omschakeling

"Hallo?"

"Hoi, met mij."

Een bekende stem. Was het alweer bijna een week geleden?

"Hoi," antwoordde ik aarzelend. Ik wilde niet onaardig overkomen, maar haar ook niet te veel aanmoedigen.

"Wil je me zien?" Het klonkt nogal opdringerig.

"Tja, ik weet niet," mompelde ik. Ik wist hoe dit gesprek zich verder zou gaan ontwikkelen.

Wetenschapper of klusser?

"Wij zijn hier allemaal wetenschappers," zei een collega een tijdje terug tijdens een koffiepauze, waarop ik een beetje snibbig zei: "Spreek voor jezelf, ik ben geen wetenschapper maar een klusser."

Meteen vroeg ik mij af: waarom zei ik dat, en meen ik dat eigenlijk wel?