De hebzucht van Michael J. Fox

De jaren 80 hadden niets van het positivisme van de fifties, de flower power van de sixties, of zelfs de overlegcultuur van de seventies. Nee, de eighties draaiden voornamelijk om persoonlijk, materieel succes.

Een goed voorbeeld is de carriere van Michael J. Fox. Als geldwolf Alex uit Family Ties werd hij in die jaren al snel het populairste karakter van de serie. Natuurlijk konden we in die serie om hem lachen omdat het materialisme werd uitvergroot tot in het absurde.

Heel anders is dat in "The Secret of My Succe$s" (ja, dat dollarteken hoort in de officiële titel!) uit 1987; de film probeert luchtig te zijn, maar het materialisme is pure ernst. Ruim twintig jaar na dato mogen we toch wel stellen dat, hoewel een van Fox' minste films, dit een karakteristiek jaren-80-filmmoment is.

In een rol die het midden houdt tussen de onhandige Marty uit Back to the Future en überkapitalist Alex zet Fox Brantley Foster neer, een interne-postbezorger met ambities die op slinkse wijze een positie in de raad van bestuur van een multinational weet te bemachtigen.

Ja, dat lees je goed. Iemand in Hollywood dacht destijds dat de grijze pakken van upper management en grootaandeelhoudersperikelen een sprankelende backdrop zou zijn voor wat in feite een doorsnee komedie is. Die persoon had niet fouter kunnen zitten, en de film is dan ook zo koud en bloedeloos als het maar zijn kan. De jaren 80 op hun confronterendst.

Brantley moet niet alleen het bedrijf van zijn (slechte!) oom redden van een hostile takeover maar ook zijn hitsige tante van zijn lijf houden en het muffe muurbloempje Christy inpalmen.

De film zit vol muzikale montages die de gaten in het script moeten opvullen. Overigens met van die deuntjes die je onmiddelijk kunt dateren maar absoluut niet kunt benoemen, waarschijnlijk omdat je ze het liefst snel weer vergeet. Keyboard, drumcomputer en te pas en te onpas een riedeltje sax erdoor.

Tegen het eind van de film worden we zelfs getrakteerd op een kluchterig deur-open-deur-dicht spelletje. Daaronder dreunt het nummer "Oh yeah", beter bekend uit Ferris Bueller's Day Off, wat overigens wel weer een juweeltje is.

Het kan niet op. Natuurlijk lukt alles uiteindelijk, en zien we de tante het bedrijf overnemen, Christy tevreden haar diamanten ring bewonderen, en Brantley zelfingenomen in zijn limousine zitten. Moraal van het verhaal: geloof in jezelf en vertrouw op echte vrienden, dan eindig je met een hoop spulletjes.

Het is tekenend voor het hele decennium, waarin 'nice guy' Fox tegenstrijdig genoeg zijn grootste successen beleefde. Je zou zeggen dat dat soort hardvochtige, materialistische tijden ook vragen om een held met een keiharde uitstraling (natuurlijk, Sly en Arnie, maar daar hebben we het nu niet over). Maar misschien hadden we Michael's ontwapenende babyface juist wel nodig als compensatie, alsof we collectief onze honger naar materieel succes probeerden goed te praten. Ja, jij ook, ontken het maar niet!

Gelukkig maakte Michael de misstap van "The Secret of My Succe$s" uiteindelijk ruimschoots goed in de "Back to the Future" films, over de problemen met tijdreizen.

Gaat Marty McFly in het eerste deel (1985) nog van arme nobody naar rijkeluiszoontje, in deel twee (1989) behoedt hij zijn toekomstige zelf (en zoon) voor de gevolgen van teveel hebzucht, en voorkomt hij dat slechterik Biff snel rijk wordt door met kennis van de toekomst op honkbalwedstrijden te wedden.

In 1990 tot slot draaide de derde film volledig om "matters of the heart": Doc Brown, de uitvinder van de tijdmachine, moet tweevoudig gered worden, ten eerste door vriend Marty van een wisse dood door een bandiet in het Wilde Westen maar belangrijker nog: door onderwijzeres Clara van een leven zonder liefde. De tijdgeest is dus wel degelijk veranderd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten